Verstopping in een huurwoning: wie betaalt — huurder, verhuurder of gemeente?
De wet verdeelt het riool in drie zones. Wie de driedeling kent, voorkomt de klassieke fout: zelf opdracht geven voor andermans klus.
Bij een verstopping in een huurwoning is de eerste vraag niet wíe hem verhelpt, maar wie hem betaalt — en dat hangt af van wáár de prop zit. Het onderhoud is verdeeld in drie zones: kleine herstellingen die voor de huurder zijn, de installatie zelf die van de verhuurder is, en het hoofdriool voorbij de erfgrens dat van de gemeente is. Wie die driedeling kent, voorkomt de klassieke fout: zelf opdracht geven voor een klus die eigenlijk van een ander is — en er vervolgens zelf op blijven zitten. De grens tussen de zones herken je bovendien aan het symptoom, dus je hoeft er geen leiding voor bloot te leggen.
De huurder betaalt de kleine herstellingen. Het Besluit kleine herstellingen rekent het schoonhouden en zo nodig ontstoppen van de goed bereikbare delen van de afvoer tot het huurdersonderhoud: denk aan de sifon onder de gootsteen, het doucheputje en een verstopping die je met een plopper zelf kunt verhelpen. Praktisch: één traag weglopende afvoer is in eerste instantie jouw klus — plopper, sifon legen, haarzeefje. Helpt dat niet, of komt de verstopping direct terug, dan is dat meteen het signaal dat de prop dieper zit — en verschuift de klus vanzelf naar de volgende zone.
Alles daarachter is de installatie, en die is van de verhuurder: de standleiding, de hoofdleiding, het riool op het terrein. Zit de verstopping daar — meerdere afvoeren tegelijk, water dat omhoogkomt — dan geldt de gebrekenregeling: de verhuurder moet het gebrek verhelpen. Meld het daarom eerst schriftelijk (een e-mail of appje volstaat, als het maar vastligt); huur je bij een corporatie, gebruik dan het reparatieverzoek — bij acute overlast mag je uiteraard bellen, maar leg ook dat gesprek kort vast. Eén uitzondering: heeft de huurder de verstopping aantoonbaar zelf veroorzaakt — vochtige doekjes, frituurvet — dan kan de rekening alsnog bij de huurder landen. Die bewijslast ligt niet bij jou, maar een monteur ziet aan de prop vaak goed wat erin zat.
De valkuil zit in het zelf bellen. Geef je als huurder zonder overleg opdracht aan een ontstoppingsbedrijf voor een klus die bij de verhuurder hoort, dan sta je bij dat bedrijf als opdrachtgever in de boeken — en moet je de kosten achteraf op de verhuurder zien te verhalen. Doe dat alleen bij echte spoed waarbij de verhuurder onbereikbaar is, en documenteer alles: de melding, foto's, de factuur en wat de monteur als oorzaak noteert. Reageert de verhuurder structureel niet op je melding, bouw dan een dossier op met data, foto's en de aanhoudende overlast — met dat dossier in de hand sta je in elk vervolggesprek sterker, van huurcommissie tot verzekeraar.
De derde zone begint bij de erfgrens: het hoofdriool onder de straat is van de gemeente, en die verhelpt storingen daarin doorgaans kosteloos. Volgens Stichting RIONED is de eigenaar verantwoordelijk tot aan het ontstoppingsstuk bij de erfgrens en de gemeente daarna — en staat dat ontstoppingsstuk vol water, dan zit het probleem aan de kant van het openbare riool. Heeft de hele straat last, bel dan dus eerst de gemeente in plaats van een bedrijf. Bij twijfel stelt een camera-inspectie (€ 85-175) vast aan welke kant van de grens het probleem zit; dat verslag is meteen je bewijs richting verhuurder of gemeente.
Voor wie uiteindelijk wél zelf laat ontstoppen: een rioolverstopping kost € 125-350, een gootsteen- of doucheafvoer € 95-225 en een wc € 95-195 — elk richttarief staat in de prijsindex. Verhuurders en VvE's die dit vaker meemaken, kijken naar een onderhoudscontract met een vast uurtarief van € 55-85: scherper dan losse klussen, en mét een spoedlijn voor de bewoners.
Liever een vakman? Vraag vrijblijvend offertes aan
Gratis · Vrijblijvend · Max. 3 reacties